Vijf basis bouillons op een rij.

IngrediŽnten en bereiding voor de bouillons:

Lekker hoor, een kop warme soep aan het begin van de maaltijd, of als lunch met wat plakjes geroosterd brood. Maar voor het zover is, moet er eerst bouillon worden getrokken. Want dat is de basis van alle soep, en ook van sauzen en ragouts. Bouillon kost wat tijd, maar is verder eenvoudig zelf te maken. En goed in porties in te vriezen voor later gebruik (3 maanden).

Kippenbouillon:
1 kip, schoongemaakt
Tuinkruiden, al of niet gedroogd (laurier, tijm, rozemarijn, peterselie, lavas, bladselderij)
4 liter water
Laat de kip met de kruiden koken tot het vlees vanzelf van de botten valt. Hoe ouder de kip, hoe langer dat duurt. Giet het vocht door een schone doek: dat is de bouillon. Bewaar het kippenvlees en snij dat in stukjes. Dat gaat door de kippensoep.



Rundvleesbouillon:
500 gram soepvlees
1 stukje mergpijp
1 prei, 1 ui, 1 flinke wortel, 1 knolselderij, schoongemaakt en in stukjes
Tuinkruiden, al of niet gedroogd: laurier, peterselie, lavas, bladselderij
witte peper
4 liter water
Laat alle ingrediŽnten op zacht vuur een uur of drie (of langer) koken. Zeef de bouillon door een schone doek.



Visbouillon:
Als rundvleesbouillon, maar dan met 500 gram vis, inclusief graten voor extra smaak



Groentebouillon:
1 prei
1 ui
1 grote wortel
1 knolselderij
Tuinkruiden, al of niet gedroogd (laurier, tijm, rozemarijn, peterselie, lavas, bladselderij)
6 witte peperkorrels, gekneusd
zout
1,5 liter water
Breng de ingrediŽnten aan de kook en laat een uur trekken. Zeef de bouillon.



Kruidenbouillon:
500 gram gemengde verse tuinkruiden, schoongemaakt, inclusief steeltjes
6 witte peperkorrels, gekneusd
zout
1,5 liter water
Breng de ingrediŽnten aan de kook en laat een uur trekken. Zeef de bouillon.

De 5 komen van: